Panoramavrijheid ingevoerd in Belgisch auteursrechtLEES MEER
De panoramavrijheid wordt ingevoerd in het Belgische auteursrecht waardoor de auteur of rechthebbende zich niet langer kan verzetten tegen een reproductie van zijn werk dat zich in het openbaar domein bevindt. Een aanpassing van het Wetboek van economisch recht is hierdoor nodig met de volgende bepaling: "Wanneer het werk op geoorloofde wijze openbaar is gemaakt, kan de auteur zich voortaan niet verzetten tegen:
 
- de reproductie en de mededeling aan het publiek van werken van beeldende, grafische of bouwkundige kunst, die zijn gemaakt om permanent in openbare plaatsen te worden geplaatst;
 
- indien de reproductie of de mededeling gebeurt van het werk zoals het zich aldaar bevindt en wanneer die reproductie of mededeling geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van het werk en geen onredelijke schade wordt berokkend aan de wettige belangen van de auteur".
 
Dankzij de hedendaagse technologie is het heel gemakkelijk om foto’s te nemen en die snel te verspreiden. Maar zo’n foto kan een reproductie zijn van een auteursrechtelijk beschermd werk. Denk bijvoorbeeld aan foto’s van pagina’s uit een boek die vrij worden verspreid of aan auteursrechtelijk beschermde werken die permanent in openbare plaatsen zijn ondergebracht, zoals een beeldhouwwerk op een plein of een graveerwerk aan een openbaar gebouw.
 
België is samen met Frankrijk, Luxemburg, Italië en Griekenland een van de weinige Europese landen waar op dit moment een verbod bestaat om foto’s te nemen van werken die in de publieke ruimte aanwezig zijn. Richtlijn 2001/29 geeft lidstaten echter de mogelijkheid om het auteursrecht te beperken bij het ‘het gebruik van werken, zoals werken van architectuur of beeldhouwwerken, gemaakt om permanent in openbare plaatsen te worden ondergebracht.
 
De invoering van de panoramavrijheid impliceert dat de auteur of de rechthebbende zich niet kan verzetten tegen een reproductie, bijvoorbeeld via het nemen van een foto of via de publicatie op internet, van een werk van beeldende, grafische of bouwkundige kunst dat zich in het openbaar domein bevindt. Het ‘openbaar domein’ omvat publieke straten, pleinen … die permanent bereikbaar zijn. Het gaat dus niet om openbare musea of het interieur van gebouwen die niet permanent geopend zijn voor het publiek en waarbij dus ook niet kan worden verondersteld dat de auteurs voor ogen hadden dat ze vrij zouden worden tentoongesteld.
 
Het kan gaan om een reproductie in om het even welke vorm, dus zowel op papier als in elektronische of andere vorm. Als bijkomende voorwaarde moet de reproductie gebeuren van het werk zoals het zich daar bevindt, dus binnen de huidige omgeving. De normale exploitatie van het werk mag hierbij niet onmogelijk gemaakt worden door de reproductie, waarbij geen schade kan worden berokkend aan de wettige belangen van de auteur.
 
Deze aanpassing treedt in werking op 15 juli 2016. Dat is 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.
PERSBERICHT |Vlaamse Nieuwsmedia juicht de consultatie door de Europese Commissie in verband met het uitgeversrecht toeLEES MEER

PERSBERICHT van Vlaamse Nieuwsmedia, associatie van de Belgische krantenuitgevers:

Vlaamse Nieuwsmedia juicht de consultatie toe die door de Europese Commissie op 23 maart 2016 gelanceerd werd in verband met de rol van de uitgevers in de waardeketen. Deze consultatie is een fundamentele stap aangezien de rol en de waarde van de perssector nu meer dan ooit erkend moet worden in het digitale medialandschap.

Kranten en magazines zijn wereldwijd koplopers in het mogelijk maken, financieren, creëren en verspreiden van pluralistisch en kwalitatief hoogstaande journalistieke media in print en digitale publicaties. Om deze rol te kunnen blijven spelen in elke democratische samenleving in het digitale tijdperk dienen uitgevers eindelijk te worden opgenomen in de reeds lang bestaande lijst van rechthebbenden in de Europese regelgeving inzake auteursrecht.

Een uitgeversrecht in de vorm van een naburig recht is niets nieuw aangezien een dergelijk recht al jaren worden toegekend aan omroepen, film- en muziekproducenten. Rekening houdend met het feit dat het de uitgever is die het investeringsrisico draagt en de financiële middelen aanbrengt, is het onbegrijpelijk dat hij voor de bescherming van zijn product volledig aangewezen is op een contractuele verhouding met de auteur. De grote investeringen aan de ene kant, het groot aantal derdeninbreukmakers aan de andere kant, maakt immers dat de positie van de uitgever met de dag kwetsbaarder wordt. Een eigen uitgeversrecht zorgt ervoor dat de uitgever uit eigen hoofde aanspraken kan verwerven op de exploitatie van de door hem uitgeven producten. De uitgever is zodoende in staat zelfstandig en onafhankelijk van de auteur zijn product te beschermen ten aanzien van derden inbreukmakers. Deze versterking van de positie van de uitgever zal meer zekerheid bieden en zal vooral een handig instrument zijn om op te treden tegen parasieten, content aggregatoren etc. die de content zonder licentie op ontoelaatbare wijze hergebruiken.

Een uitgeversrecht in de vorm van een naburig recht heeft geen invloed op de contractuele verhouding tussen uitgevers en journalisten, noch op de bestaande wettelijke bepalingen in de lidstaten over de overdracht van rechten. Evenmin doet het afbreuk aan de specifieke wettelijke bepalingen die reeds bestaan in een aantal lidstaten, zoals bijvoorbeeld Spanje of Duitsland. Lezers zullen nog steeds artikels kunnen linken en delen in overeenstemming met de huidige regelgeving inzake auteursrecht. In het geval van wettelijke uitzonderingen zullen de begunstigden ervan ook nog altijd auteursrechtelijk beschermd werk kunnen gebruiken om te citeren, ter illustratie van onderwijs of wetenschappelijk onderzoek etc. Aldus wordt het evenwicht tussen de verschillende belanghebbenden hierbij gevrijwaard.

Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak HP / ReprobelLEES MEER

Volgens de Belgische wetgeving is het toegelaten om onder bepaalde voorwaarden auteursrechtelijk beschermde artikelen (bv. krant, tijdschrift, foto) of korte fragmenten uit andere auteursrechtelijk beschermde werken (bv. boek) te fotokopiëren zonder toestemming van auteur of uitgever. Hiertegenover staat dat auteurs en uitgevers daarvoor een vergoeding moeten ontvangen, namelijk de reprografievergoeding. De tarieven en de modaliteiten van inning van die vergoeding zijn vastgelegd in een Koninklijk Besluit uit 1997. De Koning heeft Reprobel belast met de wettelijke opdracht om de reprografievergoeding te innen en te verdelen onder de rechthebbenden, via haar leden-beheersvennootschappen van auteurs en uitgevers. De reprografievergoeding is een duaal systeem: ze bestaat uit een vergoeding verschuldigd door fabrikanten en invoerders die reproductieapparaten zoals kopieerapparaten en all-in-one apparaten in de Belgische handel brengen (vergoeding per apparaat), en uit een vergoeding verschuldigd door professionele gebruikers zoals ondernemingen en overheids- en onderwijsinstellingen (vergoeding per kopie van beschermd werk).

De Europese Richtlijn Informatiemaatschappij uit 2001 verplicht lidstaten die dergelijke uitzondering op het auteursrecht in hun wetgeving hebben, om een compensatie voor de rechthebbenden te voorzien. Die vergoeding moet in ieder geval billijk zijn, in die zin dat rechthebbenden volledig worden vergoed voor het economische nadeel dat ze lijden door de reprografieuitzondering. Fabrikanten en importeurs van kopieerapparaten van hun kant zien de vergoeding voor reproductieapparaten liever verdwijnen.  Deze maatschappelijke en politieke discussie werd daarna verder voor de Belgische hoven en rechtbanken gebracht, waarbij bepaalde fabrikanten (waaronder Hewlett-Packard) de bij Koninklijk Besluit vastgestelde tarieven voor apparaten betwisten. Het Hof van Beroep te Brussel heeft eind 2013 verschillende prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de interpretatie van de Richtlijn. Op 12 november 2015 heeft het Europese Hof van Justitie uitspraak gedaan in deze zaak zodoende meer duidelijkheid te scheppen over een aantal aspecten van de reprografieuitzondering.

Het Hof van Justitie erkent in zijn arrest de mogelijkheid om (zoals in België) een duaal vergoedingssysteem in te stellen, zijnde een vergoeding op zowel reproductieapparaten als op reproducties zelf, maar koppelt hieraan specifieke voorwaarden voor beide luiken van de vergoeding. Wat de begunstigden betreft, oordeelt het Hof dat de wet in de regel geen deel van de billijke vergoeding voor de auteurs, mag toewijzen aan de uitgevers. Anders dan het persbericht van het Hof misschien doet uitschijnen, laat het Hof wel de mogelijkheid open voor de nationale wetgever om een afzonderlijke vergoeding voor uitgevers te voorzien – buiten de Richtlijn om - ter compensatie van het eigen nadeel dat die laatsten lijden door de reprografieuitzondering. Er wordt hierbij sterk de nadruk gelegd dat zo’n nationale vergoeding voor uitgevers in ieder geval geen afbreuk mag doen aan de billijke vergoeding voor de auteurs op grond van de Richtlijn.

 

Gezamenlijke mailing Copiepresse-License2Publish-RepropressLEES MEER
Heeft u de gezamenlijke mailing Copiepresse - License2Publish - Repropress ontvangen en wenst u het formulier op papier in te vullen? Download hier het aangifteformulier en hier in geval u een Public Relations onderneming bent.
RAPPORT | Naar een duurzaam economisch model voor Belgische kranten en magazine-uitgevers: inzicht in het belang van licenties.LEES MEER
Belgische kranten- en magazine-uitgevers staan voor enorme uitdagingen. De snel vorderende digitalisering vraagt extra investeringen in tijden van dalende omzet en concurrentie van internationale technologiespelers, die belangrijke tussenschakels worden in de distributie en consumptie van lokale content en een aanzienlijk deel van de Belgische online reclamebestedingen binnenhalen. De omzetdaling van uitgevers is het resultaat van zowel een dalende verkoop van content aan lezers, als een dalende verkoop van mediaruimte aan adverteerders. Sinds 2008 daalde de verkoop van kranten, weekbladen en maandbladen met respectievelijk 4, 15 en 33%. De verkoop van digitale content kan vandaag dit verlies in print niet compenseren, ondanks een voorzichtige groei. Van alle Belgische media maken kranten en magazines bovendien de grootste advertentieverliezen met absolute verliezen in aandeel in de totale Belgische reclamebestedingen van respectievelijk 3 en 2%. De industrie blijft investeren in print, maar moet tegelijkertijd de ontwikkeling van nieuwe digitale uitgeefmodellen financieren. Kranten- en magazinesites trekken dagelijks samen miljoenen lezers, maar dat vertaalt zich vandaag niet naar relevante verkoopstijgingen. Een belangrijke barrière voor de uitbouw van een duurzaam betaalmodel voor digitale content is het hergebruik van kranten- en magazineartikels zonder toelating of licentie. Naast verkoop van publicaties en advertenties, hebben kranten en magazines ook beperkte inkomsten uit wettelijke en contractuele licenties voor hergebruik van hun content door derden. Slechts 1% van de totale omzet van de Belgische geschreven persuitgevers is afkomstig van licenties. Licenties regelen en financieren het online verkeer van content en vormen een essentieel onderdeel van het digitale uitgeefmodel van kranten en magazines. Een steekproef van Vlaamse krantenartikels toont echter een hoge mate van online hergebruik zonder licentie aan. Dagelijks wordt gemiddeld 11% van artikels verschenen in de papieren kranten en 39% van artikels verschenen op krantensites hergebruikt zonder licentie. Dit hergebruik neemt de vorm aan van piraterij (i.e. het deels of integraal kopiëren van een artikel), parasitisme (i.e. het herschrijven van een artikel zonder eigen creatieve inbreng) en aggregatie van links naar artikels zonder correcte deeplinking. Sites die pirateren, parasiteren of aggregeren vermarkten vaak niet-gelicenseerde content via de verkoop van advertenties langsheen hergebruikte content zonder aan de productiekosten ervan te hebben bijgedragen. Hergebruik van content zonder licenties zorgt bovendien voor een geschatte derving van licentie-inkomsten van circa 25 miljoen euro door piraterij en 6 miljoen euro door parasitisme. Daarnaast zijn er ook gederfde advertentie-inkomsten; sites van kranten en magazines verliezen pageviews omdat hun artikels in gepirateerde, geparasiteerde of geaggregeerde vorm ook elders te lezen zijn. Gebruikers zijn meer en meer op de hoogte dat pirateren niet kan; er is echter een verschuiving naar parasitisme. Een voorbeeld van parasitisme is om in het 'nieuwe' artikel enkel de zinsconstructie van het originele kranten- of magazine-artikel lichtjes te wijzigen, zonder verder een eigen creatieve inbreng toe te voegen. Parasitisme vormt niet enkel een inbreuk op de auteurswet, maar is ook strijdigmet de eerlijke marktpraktijken. Een site met parasiet-artikels met 200.000 pageviews per dag betekent op jaarbasis een derving van 174.000 euro aan advertentie-inkomsten. Wanneer we de derving inschatten op basis van de steekproefresultaten, schatten we dat de advertentiederving voor Vlaamse kranten door piraterij jaarlijks tussen de 1 en 10 miljoen euro ligt, waarbij we er in het eerste geval van uitgaan dat een piraat-artikel gemiddeld 100 keer per jaar wordt gelezen en in het laatste 1000 keer.  Voor parasitisme ligt de geschatte derving tussen 0,2 en 2 miljoen euro. Een goede reglementering en een sterk juridisch kader zijn cruciaal voor de uitbouw van een duurzaam en toekomstbestendig economisch verdienmodel voor de Belgische geschreven perssector. Een belangrijke stap is het herstel van een eerlijke concurrentie tussen alle media. Dit kan door - naar analogie van de audiovisuele sector - een naburig recht en een vermoeden van overdracht van rechten toe te kennen aan geschreven persuitgevers om de exploitatie van zowel print als digitale perscontent mogelijk te maken en om efficiënter op te treden tegen hergebruik zonder licentie. Verder dienen geschillen over intellectuele eigendomsrechten - waaronder licenties - behandeld te worden door rechters die over de noodzakelijke expertise beschikken. De Rechtbank van Koophandel kan in dit licht de enige bevoegde rechtbank worden. Ten slotte is er nood aan een verduidelijking van de bevoegdheden van beëdigde agenten voor de opsporing en vaststelling van hergebruik zonder licentie en een invoering van snellere, minder dure procedures voor de stopzetting van hergebruik zonder licentie door medewerking van de hostingprovider. Voor een kopie van het volledige rapport, inclusief de cijfers voor de volledige Belgische industrie, mail ons.